Campinghost Marrit: Gast of Host?

Domaine du Couriou
17 mei 2019 ArtikelenErvaringenGeen categorieInterviewsSolliciterenTrainingen

Zondagochtend, 05.15 uur. Ik stap de auto in en rij de straat uit. Mijn huis en de buren in stilte achterlatend. Het afscheid is weer genomen. De cadeautjes en de tekeningen van de buurmeisjes zitten in mijn koffer. Ook de stroopwafels, Engelse drop, pepermuntballen, kaas, veertien pakken ontbijtkoek, blikken drop, chocola en flesjes bier van familie, vrienden en oud-collega’s zitten in de auto. En voor onderweg, als traditie, de gebraden gehaktballetjes van moeders. De auto is weer volgeladen!

Een feest der herkenning

De reis verloopt voorspoedig. Het is rustig op de weg en met weinig vrachtverkeer schiet het lekker op. Ik verlaat Nederland en rij het regenachtige België in. Niet veel later ben ik in Luxemburg. En als je Luxemburg in rijdt, betekent dat voor een Nederlander maar 1 ding: goedkoop tanken! Zodra ik dit iemand app, krijg ik de term “Hollander” naar mijn hoofd geslingerd. Ik vind het humor. Rond lunchtijd rij ik nietsvermoedend een parkeerplaats op. En zonder dat ik het wist, ontdek ik dat ik vorig jaar ook op deze parkeerplaats ben gestopt voor de lunch. Dat kun je knap of dom vinden van deze “Hollander”. Ik vind het een feest der herkenning. Ik ben terug in Frankrijk.

Halverwege de middag kom ik aan op mijn vakantieadres in de Jura. Ik ben benieuwd welke collega-Campinghost(s) ik hier ga ontmoeten. Ik loop de receptietent in en zie een briefje liggen dat ik een 06-nummer moet bellen als ik gearriveerd ben. Dat wil ik met alle plezier doen, mits er wel telefonisch bereik is. Op dat moment heeft deze “Hollander” dat helaas niet. Tja, wat nu? Op deze camping zijn meerdere Touroperators actief. Een vriendelijke Engelse concurrent-collega gaat met haar golfkarretje de camping over om de Vacansoleil Campinghost(s) op te zoeken. Niet veel later komt ze terug met één van hen.

We kennen elkaar. Het is ook zijn tweede seizoen. Inchecken. Ik als gast, hij als Host. Of ben ik stiekem toch al een beetje Host? Natuurlijk heb ik gekeken hoe de receptietent erbij stond en naar de openingstijden op het receptiebord. Het handboek in het achterhoofd hebbende en de werkelijkheid nu zien… hmm, oké. In gedachte hou ik mij maar voor dat ik nu voor twee weken gast ben en geen host.

Gast of Host?

De eerste paar dagen op de camping doe ik niet veel. Beetje niksen en heel veel slapen. Een aantal medewerkers van het montageteam zijn op de camping nog aanwezig voor de laatste afrondingen. Ik zie hoe ze de bus op hun manier “efficiënt” inladen. Nou ja, ik zie ook dat ze een heleboel lol hebben met elkaar. ’s avonds loop ik als “Hollander” mijn rondje over de camping. Speciaal geïnteresseerd in “onze” tenten, maar ook in die van de concurrent.

Het Host zijn in mij komt weer naar boven. Ik zie bij de ene concurrent een behoorlijk oubollige tent staan, van de andere concurrent ben ik iets meer gecharmeerd. En die van “ons”? Ach, ze staan er mooi bij. Enkele staan nog open en instinctief steek ik mijn neus om het hoekje om te checken of, zoals afgesproken op de trainingsdag, de binnententen er nu al wel inhangen. Ik trek mijn conclusies voor mijn tenten straks in de Drôme. ’s Nachts word ik wakker van de regen en het eerste wat ik denk is: oh god, zullen ze de tenten dichtgedaan hebben? Het Host zijn blijft in mij zitten.

Afsluiten en opnieuw beginnen

Het kan in de Jura of heel mooi weer zijn of het komt met bakken uit de lucht. Ik heb het allebei. Op dagen dat het droog is, trek ik erop uit. Wandelen, fietsen, toeren met de auto etc. Op regenachtige dagen sleutel ik aan mijn fiets, lees ik veel, luister ik naar muziek en loop ik zowat de hele dag heerlijk in mijn trainingsbroek rond. In de eerste week ben ik nog wat onrustig. Er spelen nog wat issues in mijn hoofd die ik kwijt wil. De beste remedie die ik hiervoor heb, is het van mij af schrijven. Mijn gevoel op papier zetten. De issues benoemen, erop mopperen, hier en daar nog even een traan laten, dan het positieve er weer van in zien, niet meer achterom kijken en met een dikke punt afsluiten.

De tweede week verloopt relaxter. Ik doe lekker mijn ding. En als ik geen zin heb, doe ik lekker niet mijn ding. Gewoon vakantie vieren en filosoferen over de toekomst. Het huiswerk wat ik heb te doen dit seizoen. Werken aan mijn toekomstplannen. Dat begint hier al in de mobile home als gast en straks in mijn leefaccommodatie als Campinghost. Bedenken hoe ik dit in ga richten als een “tiny house”. Dat is wel iets waar ik mij in de afgelopen maanden mee bezig heb gehouden. Informatie inwinnen over het wonen en leven in een “tiny house”. Het besef is er nu echt. Een 2-onder-1 kap woning is mij veel te groot geworden.

Kom maar op met dat nieuwe seizoen!

Door de rust, nieuwe inzichten en het bezig zijn met toekomstplannen, voel ik hernieuwde energie opkomen. Als gast mijn vakantiebestemming inruilen voor het Campinghost mogen zijn op een, voor mij, nieuwe camping en in een nieuwe streek, daarvan kan ik alleen al enorm blij worden. Ik heb hier mijn collega’s aan het werk gezien. Van sommige zaken dacht ik: dat is handig om ook te doen op mijn camping. Van andere zaken dacht ik het tegenovergestelde; dat ga ik anders doen.

Deze camping als vakantiebestemming is prima voor mij in het voorseizoen. In het hoogseizoen zou ik hier niet willen zitten. Niet als gast, niet als Campinghost. De ligging van de camping en de omgeving is prachtig, daar ligt het niet aan. Het is de ‘grootte’. Dat besef komt nu, tijdens deze vakantie, binnen bij mij. Ik ben meer op mijn plek en kom meer thuis op de wat kleinere campings. Het nadeel van zelfstandig Campinghost zijn, is de kwetsbaarheid. Het grote voordeel: je hoeft met niemand rekening te houden. Ambitie heb ik zeker nog wel in dit vak. Het huiswerk in dit seizoen en de tijd zal het leren.

Voor nu ben ik uitgerust en compleet klaar voor het nieuwe seizoen. Eigenlijk denk ik nog maar aan één ding. Kom maar op met die 26 tenten daar in de Drôme!

 

Geschreven door: Marrit Jongbloed (https://the-explorer.nl)

 

Marrit Jongbloed