Campinghost Marrit: Warm bad

Domaine du Couriou
29 mei 2019 AnimatieArtikelenErvaringenGeen categorieInterviewsSolliciterenTrainingen

Zondag 12 mei gooi ik de sleutel van mijn vakantie mobile home in de brievenbus van de Vacansoleil receptietent. De avond ervoor heb ik nog met de collega-campinghost gekletst over het werk en hebben we elkaar succes gewenst voor het nieuwe seizoen. Het was een mooi vakantieadresje en ik heb me prima vermaakt. Maar het is nu tijd om naar mijn eigen stek te gaan.

De reis verloopt voorspoedig en omdat het zondag is, is het mooi rustig op de weg. De heuvels verdwijnen op de achtergrond, de bergen komen in zicht. En hoe hoger ze worden, hoe meer ik als een blij ei in de auto zit. Omdat ik besloten heb om over Grenoble te gaan, rij ik via de Col de Menée naar de camping. De eerste kennismaking met het gebied waar ik de komende maanden mag vertoeven. Wat een heerlijke bergweg om te rijden.

Een warm welkom

Exact om 15.00 uur rij ik de camping op en word ik hartelijk welkom geheten door de campingbeheerders. Hoe anders is dit vergeleken met vorig jaar, waar ik na 10 minuten het idee kreeg dat ik niet welkom was. Een gevoel dat het hele seizoen is gebleven. Het scheelt zeker dat de beheerders ook Nederlanders zijn. Dat maakt de communicatie wel wat makkelijker. Het voelt direct als een warm bad waar ik in terecht ben gekomen. Wat een leuke en hartelijke mensen zijn dit. In die korte kennismaking met elkaar, wordt het mij al snel duidelijk. Dit zijn geen piepers, maar gewoon hardwerkende Hollanders die ook passie hebben voor het vak. Het gaat wel goed komen dit seizoen.

Als ik na een paar dagen enigszins geïnstalleerd ben, mag ik eindelijk aan mijn nieuwe avontuur als Campinghost beginnen. Ik sta in de receptietent naar de “troep” te kijken, als ik de tranen op voel komen. Dit zijn geen tranen van verdriet. Dit zijn tranen van me zo welkom voelen op mijn nieuwe camping. Nu pas komt het besef van wat er vorig jaar allemaal is gebeurd in mijn eerste seizoen. Dat wordt nu afgesloten na het ontdekken van hoe hartelijk ik hier ontvangen ben.

Net op het moment dat ik mijn tranen droog, komt opa in zijn golfkarretje naar beneden gescheurd. De ouders van de beheerster zijn hier namelijk een paar maanden om te helpen de camping op orde te brengen. Opa komt naar mij toe en vraagt of ik het goed vind dat hij mijn receptiebord in de grond plaatst. Hij heeft immers een grondboor. “Wat lief van u”, zeg ik. Samen bepalen we waar het bord het beste geplaatst kan worden. Als ik opa zo bezig zie met zijn grondboor voel ik weer een brok in mijn keel opkomen.

Gedeelde passie

De communicatie tussen mij en de campingbeheerders verloopt heel soepel. Alles kan ik met ze overleggen. Ik mag dan Campingbeheerder zijn van de Vacansoleil tenten, zij zijn de Campingbeheerders van de rest van de camping. Zij zijn niet de eigenaren, ook zij hebben een organisatie boven zich staan. Ook in dat verhaal vinden wij elkaar. Ik moet me houden aan de regels van mijn organisatie, maar zij ook aan die van hen. Soms wil het wel eens zo zijn dat wij beide die regels met een diepe zucht accepteren, even met elkaar hierover mopperen, de schouders ophalen en dan gewoon weer doorgaan met onze passie.

Hetzelfde geldt voor het aanpakken van werk. Er is hier momenteel een Franse schoonmaakster aan het werk. Leuk mens, maar die heeft volgens mij het werken niet helemaal uitgevonden. Als ik en de campingbeheerster haar zien werken aan het schoonmaken van de tafeltennistafel, elkaar vervolgens aankijken, het hoofd schudden en in de lach schieten, dan weet je dat je elkaar gevonden hebt en uit hetzelfde hout gesneden bent.

Verbazing alom

Nadat ik mijn receptietent enigszins op orde heb gemaakt, begin ik aan de opbouw van de tenten. Te beginnen met de Kalahari’s. Ik begin met goede moed, maar al snel maakt de goede moed plaats voor verbazing alom. Om een lang verhaal kort te maken; na inmenging van mijn International Team Manager, het hoofdkantoor in Eindhoven, ikzelf en de campingbeheerders, komen we tot de conclusie dat er matrassen in verschillende maten zijn. Kortom, twintig matrassen bestemd voor de Kalahari’s, liggen verspreid over 22 Navajo tenten. De verhuizing kan beginnen. Dat was op zich wel leuk werk. Crossen met mijn auto over de camping. In de blubber twintig matrassen verhuizen. Mijn auto heeft een deuk opgelopen, want een boom geeft niet mee, maar ik was de koning te rijk die dag.

Waar ik de ene dag de koning te rijk ben, kan ik de andere dag weer sikkeneurig zijn. Er sluipt een bepaalde onrust in mij. Een collega-campinghost verwoordde het heel mooi: “vorig jaar zijn we in het diepe gesprongen, dit jaar gaan we baantjes trekken en moet het enthousiasme daarvoor zich manifesteren.” Ik vond dat heel mooi gezegd, want zo voelt het wel. Het is een prettig gegeven om die ervaring te hebben en te weten wat je moet doen. Een tent is nu bij wijze van spreken zo opgebouwd.

Sluimerende onrust

Hoewel ik voorloop op schema, is het de onrust die mij parten blijft spelen. Goed twee weken hier nu, had ik al veel verder willen zijn dan waar ik nu sta. In elke tent is het echter wel wat. De eerste gasten zijn gearriveerd en natuurlijk heb ik ze hartelijk ontvangen en e.e.a. verteld en uitgelegd. Ze waren blij met hun plekje, dat stemde mij ook weer blij. Maar toch… het is net of ik nog niet toe ben aan gasten, net of ik iets meer tijd ertussen wil hebben. Maar met de last minutes die ik deze week alsmaar ontvang, is mij die meer tijd niet gegeven.

Begrijp me niet verkeerd, ik heb het prima naar mijn zin. Ik zit in een waanzinnig mooi gebied waar veel te ontdekken valt. Ik zit op een mooie, intensieve camping. Ik ben in een warm bad terecht gekomen. Ik ben elke dag, zoals ik het graag wil, buiten bezig. Ik ben daar waar ik het liefste ben: op de camping. Ik ben weer thuis in een ‘tiny house’ en ik heb weer een enthousiaste International Team Manager om me heen. Het gemis naar “thuis” is er niet, maar wat ik wel merk is het gemis van een maatje. Zo’n maatje waar je even tegenaan kunt lullen als ik mijn dag niet heb. Of zo’n maatje die de onrust uit mijn lijf kan halen. Zo’n maatje die gewoon even een arm over mijn schouder legt en zegt: “het komt wel goed, schatje…”

Geschreven door: Marrit Jongbloed (https://the-explorer.nl)

 

Marrit Jongbloed