Marrit’s ervaringen als Campinghost. Lees nu deel 9!

31 juli 2018 ArtikelenErvaringenGeen categorieInterviewsSolliciterenTrainingen

Ik weet niet wat het is. Ik kan het ook niet echt goed uitleggen. Maar kinderen komen altijd naar mij toe om iets te vertellen. Ik vraag me af waarom kinderen mij als een praatpaal zien. Ik doe toch niks bijzonders? Ik geniet zeker van kinderen. Van de heerlijke logica die een kind heeft. Recht voor zijn raap, eerlijk en duidelijk.

Kinderlogica

Misschien omdat dat juist de kernwaarden zijn die ik ook hoog in het vaandel heb staan. Ik zou echt niks anders kunnen bedenken. Kinderen zijn leuk. Tot op zekere hoogte, want ook ik zal eerlijk zijn. Ik ben er ook wel eens klaar mee. Dan denk ik wel eens, oké jongens… Opzouten nu en naar bed. Toch blijven ze terugkomen daarna. Ik begrijp er soms echt niks van.

Hier op deze familiecamping verblijven heel veel kinderen uit alle windstreken van Europa. Kinderen begrijpen elkaar. Of je nu uit Nederland komt of uit Frankrijk, spelen is overal hetzelfde. De beren op de weg die volwassenen zien, zien zij niet. Menig volwassene zou heel veel kunnen leren van de simpele kinderlogica. Wij, volwassenen, maken het ons vaak moeilijk, terwijl een kind heerlijk simpel logisch denkt en praat. Dat is hier op deze camping niet anders. Ik deel graag een aantal anekdotes met jullie. Net zoals in mijn vorige blog, hou vooral het beeld vast.

“Wat ben je aan het doen?”

Mijn receptietent bevindt zich achter een bloembak met geraniums. Ik sta rustig de oude bloempjes eruit te halen en de plant water te geven. Opeens hoor ik een kinderstem naast me: “Wat ben je aan het doen?” Ik kijk op en zie daar een meisje staan van amper 5 jaar oud. “Ik ben de plant water aan het geven en de oude bloempjes eruit aan het halen.” “Waarom dan?” “Ik geef hem water, zodat de plant kan blijven groeien en ik haal de oude bloempjes eruit, zodat er nieuwe bloemetjes kunnen ontstaan.”

“Mama heeft ook heel veel bloemetjes in de tuin.” “Oh, dat is wel gezellig, toch?” “Ja, ook mama doet de bloemetjes eruit plukken, ik vind dat wel een beetje raar.” “Waarom is dat raar”, vraag ik haar. “Nou, een plant gaat toch ook dood? Waarom zou je dan de bloemetjes eruit halen, als de plant toch dood gaat?” Vrolijk huppelt ze verder, mij met een halfvol gietertje en bek vol tanden achterlatend. Ik ben gelijk maar gestopt met de plant. Die gaat toch dood…

Aftrekkers

Een klein blond knulletje komt mijn receptietent binnenlopen. “Ik moest van mama vragen of je ook aftrekkers hebt.” Oké, versta ik dit nu goed? “Wat moest je vragen van mama?” “Of je ook aftrekkers hebt?”, zegt hij nog een keer. Oké, ik heb het toch goed verstaan. “Aftrekkers”. Ik kijk hem echt stomverbaasd aan. Een klein blond knulletje die mij komt vragen of ik aftrekkers heb. Ik heb daar natuurlijk een bepaald beeld bij. Maar ik geloof niet dat dit knulletje het daar over heeft.

Dus ik zeg maar wijs: “ik loop wel even naar je moeder toe en dan vraag ik wel wat ze bedoelt.” “Ja is goed”, zegt ie. “Ik moest het alleen maar vragen, ik weet ook niet wat het is.” Samen lopen wij naar zijn mama. Die ziet ons aankomen en zegt: “je hebt geen aftrekker bij je.” Weer kijk ik stomverbaasd. Oké, hoe ga ik dit nu, omringd met een aantal kinderen, netjes zeggen. “Nederlanders hebben een ander beeld bij het woord “aftrekkers”, dan wat jullie Belgen denk ik bedoelen.” Ik vond het zelf wel aardig omschreven, zo met de kinderen om ons heen.

Even is ze stil en je ziet haar denken. Dan zegt ze: “tja, het is wel een raar woord eigenlijk.” Ik maak een gebaar van wat is het nu? “Je weet wel, zo’n ding waar je de vloer mee kunt kuisen”, zegt ze. Dat woord ken ik dan wel. Kuisen is schoonmaken. Het lichtje gaat branden. “Oh, u bedoelt een vloerwisser?” “Ja”, zegt ze, “die bedoel ik.” “Mama, zeg dat dan ook, dat is veel duidelijker”, zegt het knulletje. “Ja, mama”, zeg ik lachend tegen haar. “Dat is wel wat duidelijker.” “Ik heb een vloerwisser bij mij in de receptietent staan, kunt u zo pakken.” “Kom ik het zo even halen.” “Helemaal goed.” En daar ging ze later heen met haar “aftrekker”.

Kwakende kikkers

Een gezin heeft me gevraagd een lamp te vervangen in hun safaritent. Wanneer ik bij hun tent kom, zie ik het zoontje en zijn vader bij de waterkant staan. Moeder staat op de veranda naar ze te kijken. Het zoontje ziet mij en schreeuwt naar boven: “mevrouw van de Vacansoleil! We horen de kikkers wel, maar we zien ze niet.” “Ja, ze zijn wel heel duidelijk hoorbaar”, zeg ik. “Weet je wat het voor kikkers zijn?”, vraag ik hem. “Nee”, krijg ik als antwoord. Doodleuk zeg ik: “kwakende kikkers.” Vader, moeder en ikzelf schieten in de lach.

Zoontje blijft bloedserieus en vraagt: “maar waarom kwaken ze zo dan, hebben ze honger?” Ja, hoe ga ik hier dan weer wijs op antwoorden? “Ze hebben een bepaald soort van honger.” “Huh?” Hij kijkt me verbaasd aan. Ik zeg: “ze kwaken naar de vrouwtjes.” “Oh ja, dat hebben wij op school gehad. Krijg je kikkerbilletjes van, he?” “Je hebt goed opgelet op school, knap van je”, zeg ik hem. Hij glundert. Het is een seconde of wat stil en dan opeens uit het niets schreeuwt ie: “Papa heeft ook wel eens honger en dan kwaakt ie ook naar mama!” Oké, ik heb het beeld voor ogen… “Zeg maar niets”, zeg ik tegen de mama. “Ik ga NU de lamp vervangen”, en loop lachend naar binnen.

Hagedis vs. Campingkat

Na werktijd zit ik met een bord macaroni op schoot te eten op de veranda. Komt er een jongetje aangelopen die wat staat te dralen bij mijn mobilhome. Ik vraag hem of hij iets wil vertellen. “De campingkat is een hagedis aan het opeten.” “Gadver”, zeg ik tegen hem. “Hij heeft hem al doormidden. De botjes steken eruit en hij heeft allemaal bloed om zijn bek en ook de staart van die hagedis heeft hij half in zijn bek”, vertelt ‘ie glunderend. Ik heb het beeld nu duidelijk voor ogen. Wil ik dit allemaal weten? Toch vraag ik hem waar de andere helft van die hagedis is. “Naast hem op de grond. Bloederig en allemaal botjes eruit.” “Hij is nog bezig met eten.” “Nou, dat wilde ik je even vertellen.” “Ik ben er blij mee”, vertel ik hem. “Doei!”, schreeuwt ‘ie en weg is hij. Ik kijk naar mijn bord macaroni, zucht een keer diep en denk: eet smakelijk, Marrit.

“Bent u nóg ouder dan papa?”

Een gezin van 6, vader, moeder en 4 kinderen staan bij mijn receptietent in te checken. Kinderen helemaal hyper na een lange autorit. We praten wat en opeens zegt de oudste: “ik ben net jarig geweest.” “Gefeliciteerd” zeg ik tegen haar. “Hoe oud ben je geworden?” “Tien jaar.” “Mooie leeftijd”, zeg ik. Waarop een ander kind lachend zegt: “Papa is net veertig geworden. Is al best wel oud, he?” En ik wist dat de vraag ging komen… “Of bent u nog ouder dan papa?” Ik kijk hem aan en vervolgens wend ik mij lachend naar de ouders en zeg: “Laten we doorgaan met de incheck.” ”Ja”, zegt de moeder begrijpend en lachend. “Laten we dat vooral maar doen…”

En zo kan ik wel door blijven gaan met de vele anekdotes over kinderen hier op de camping. De één heel opgetogen en uitbundig, de ander wat gesloten, maar altijd is er bij elk kind die lach op het gezicht. Daar kun je als Campinghost alleen maar blij van worden. En of een kind nu 2 is, of 12, de high-five blijft een geweldig mooi begroetingsmiddel of afsluiting van een gesprek tussen mij en de praatjesmakers. Je ziet ze glunderen. Dat is toch prachtig mooi?

 

Geschreven door: Marrit Jongbloed (https://the-explorer.nl)